Opstart Landelijk Netwerk

Plan publieke psychische gezondheid

De afgelopen eeuwen worden gekenmerkt door de versnelling van verandering. Iedere nieuwe generatie krijgt te maken met een hogere mate van verandering ten opzichte van de vorige. Het resultaat is echter voor iedere generatie hetzelfde: als de verandering te snel gaat, kunnen individuen, groepen en zelfs hele samenlevingen te maken krijgen met een future shock. Het gevolg hiervan is desoriëntatie en een toenemende incompetentie voor het omgaan met de omgeving.

“Future shock: the shattering stress and disorientation that we induce in individuals by subjecting them to too much change in too short a time”. A. Toffler 1970.

Om geen volledige groepen buiten te sluiten, moeten we onze hand uitsteken naar mensen die dreigen af te haken bij onze veranderende maatschappij. De mensen die als eerste last krijgen van de bovengenoemde future shock zijn degenen die al aan de randen van de ‘reguliere’ samenleving leven. Dit zijn de zogenoemde onrendabelen, de dorpsgekken, de idiot savants.

We zien echter dat deze handreiking uitblijft en dat we het goed functioneren van het systeem belangrijker hebben gemaakt dan het goed functioneren van de mens. De mens staat buitenspel en is vaak een gevangene van starre regels, structuren en systemen en onderverdeling van de leefwereld in silo’s. De starre regels en kunstmatig vastgehouden structuren zorgen voor een mens die aan de zijlijn staat (Jan Rotmans, 2019). Wij zien dat onze huidige oplossingen om iedereen binnen boord te houden ontoereikend zijn. Dat is voor ons niet acceptabel. Daarom ons initiatief. Daarom de GGZ vriendelijke gemeente.

De geestelijke gezondheidszorg anno nu

In de psychiatrie is er sprake van een schisma tussen de sociaal (politiek maatschappelijke) georiënteerde professionals en de medisch-biologische school. De forse investeringen van de laatste veertig jaar in een sterk medisch georiënteerde geestelijke gezondheidszorg hebben niet geleid tot bevredigende resultaten. De prevalentie van psychiatrische problematiek is namelijk sterk gestegen (Jim van Os, 2020).

Tegelijkertijd vindt er een omslag plaats in de manier van kijken naar gezondheid en ziekte en gaat er steeds meer aandacht uit naar leefstijlgeneeskunde en positieve gezondheid (zie o.a. Huber, 2009), waarin de sociale omgeving een cruciale rol speelt.

Grote verschillen in paradigma en discours maken het bouwen van bruggen uiterst lastig. Dit maakt het mensen met psychische problematiek moeilijk om herstel en maatschappelijke deelname hand in hand te laten gaan. Als gevolg daarvan dolen psychisch kwetsbare mensen die hulp nodig hebben rond in het vacuüm tussen een medisch maaksysteem en thuis. Zij weten zich onvoldoende gesteund in hun eigen omgeving omdat juist daar de bezuinigingen en de systeemveranderingen het hardst hebben toegeslagen. Verbindingen met andere leefgebieden – denk aan herstel van rollen in de familie en naaste omgeving, zingevingsvraagstukken en verbinding met de mensen om je heen – worden vanuit de psychiatrische zorg onvoldoende gelegd. Dit is een gemiste kans, want onderzoek laat zien dat sociale structuren een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren aan herstel van psychische problematiek.

Het schisma tussen de sociaal georiënteerde en de neurobiologische GGZ zien we vooral terug in de decentralisaties. Professor dr. Jim van Os schetste in een interview met De Correspondent eind 2019 dat er sprake lijkt van het ontstaan van een soort parallel-GGZ in een gemeentelijke wereld. Een wereld die – zonder artsen en DBC’s – ondersteuning organiseert voor mensen dichtbij huis. Waar pogingen gedaan worden om samenredzaamheid en ‘bekommeren’ nieuw leven in te blazen. Wij zien hier kansen voor de ‘oude’ waarden vanuit de – sterk verzwakte – sociale psychiatrie om contextueel, situationeel en vooral praktisch in te steken in de gemeentelijke context. Er zijn al diverse voorbeelden van gemeenten waar dat al behoorlijk aan het slagen is. Daartegenover staat dat in veel andere gemeenten nog een politiek van normaliteit heerst:

“We dienen onze psychoses, het vrolijke anderszijn, het in onszelf praten, onze paniekaanvallen, onze fantasieën, onze voor normalen chaotische verhaallijnen, onze persoonlijke excentrieke manier van zijn, thuis te laten, te verbergen. Zodat anderen niet schrikken, zich veiliger voelen. Het normale dient immers universeel te zijn”

(‘In verwarde staat’, Roex, 2019).

Vanuit onze expertise willen wij de gemeenten helpen die een steuntje in de rug nodig hebben bij het werken aan een inclusieve samenleving. Een samenleving waar afwijking van het normale niet bestraft wordt met uitsluiting. Er schuilen mooie kansen voor een nieuwe vorm van samenleven, waarbij psychische kwetsbaarheid er mag zijn en waar mensen, naar vermogen, daadwerkelijk mee kunnen doen.

Inwoner aan zet

In een inclusieve samenleving gaat het om inwoners die elkaars plek gunnen, bij kwesties elkaar bevragen, naar elkaar uitreiken en vanuit gelijkwaardigheid in gesprek gaan over samenleven en het samenleven weten vorm te geven. Veel gaat er goed en soms schuurt het, is er onderling onbegrip. Onbekend maakt onbemind is vaak onderliggend. De opgave van het samenleven ligt bij de inwoners. Tegelijkertijd investeren we vooral indirect:

professionals en professionele organisaties krijgen de middelen, investeren in kennisontwikkeling, onderlinge samenwerking, de verbetering van hun werkprocessen, hun werklocaties, de werking van hun organisatie. De organisaties organiseren vervolgens dingen voor de inwoners, maar inwoners worden zelf niet direct versterkt met middelen en kennis, worden niet gesterkt in hun eigenaarschap van de samenleving en niet geëquipeerd in het verbeteren van het samenleven. Eén van de redenen waarom dat ook niet lukt via

organisaties is hun hiërarchische structuur waarbij vrijwilligers en buurtbewoners onderaan de hiërarchische ladder bungelen, weinig zeggenschap en eigenaarschap ervaren.

Het kan ook anders: zelforganisaties en burgerinitiatieven kunnen met middelen en kennis worden versterkt.

Belangrijke middelen zijn locaties voor overleg en ontmoeting, en vaak (bescheiden) budgetten voor activiteiten. Bij kennis gaat het om kennis over organiseren, gelijkwaardig samenwerken, besluitvorming, conflictoplossing. Ook inwoners zijn overtuigd geraakt dat wat in de samenleving speelt door instanties moet worden opgelost en moeten het vertrouwen herwinnen dat zij de belangrijkste rol spelen en dat het hun samenleving is. Ook daarin zullen we moeten investeren en dat vraagt geduld. Ondersteuning bieden zonder het eigenaarschap over te nemen, voorbeelden aanreiken waarin inwoners zelf in de lead zijn, voorbeelden

aanreiken waarin inwoners naar elkaar uitreiken zonder in hiërarchie te belanden en zich vrij en beter voelen over hun plek in de samenleving.

GGZ vriendelijke gemeente

Onze ambitie Vanuit bovenstaande maken we de balans op. We constateren dat de verbinding tussen GGZ, gemeenten en inwoners op veel plekken grotendeels ontbreekt en dat de samenleving op veel plekken onvoldoende inclusief is. Vanuit de huidige systeemwereld slagen we er onvoldoende in om bruggen te bouwen en om samen om mensen heen te gaan staan wanneer zij dat (tijdelijk) nodig hebben. De adviezen van de commissie

Dannenberg (‘Van beschermd wonen naar beschermd thuis’, VWS, 2015) zijn duidelijk, maar op veel plaatsen in Nederland zijn deze adviezen nog niet of onvoldoende opgevolgd. Willen we het goed functioneren van de mens daadwerkelijk prioriteren boven het goed functioneren van het systeem, dan is verandering noodzakelijk.

Wij willen:

  1. Meer inclusie bereiken voor mensen met psychische problematiek;
  2. Gemeenten helpen dit te organiseren;
  3. Ondersteuning voor mensen met psychische problemen laagdrempelig en dichtbij huis krijgen;
  4. De kosten voor de GGZ zoveel mogelijk beperken.
Denkkader

Om betere publieke psychische gezondheid te realiseren, zijn op drie niveaus interventies nodig die in lijn liggen met onze analyse uit het eerste hoofdstuk: strategisch (beïnvloeden van de samenleving), tactisch (gemeenten richten het in) en operationeel (inwoner doet het). Deze drie niveaus beïnvloeden elkaar. We gebruiken hier de analogie van het pygmalion effect: met de GGZ vriendelijke gemeente dragen we op drie niveaus bij aan beeldvorming over psychische gezondheid en zijn op die manier in staat om deze positief bij te stellen. Dit vraagt dat we voortdurend het gesprek moeten voeren over de betekenis van psychische

kwetsbaarheid. Niet gericht op aanpassen aan de norm en maakbaarheid, maar op erbij horen, mee doen en gezien worden!

In onderstaand figuur is de essentie van de beweging die we met de GGZ vriendelijke gemeente willen bereiken weergegeven.

Hetgeen wij hier presenteren is in wezen niets nieuws. Op zoveel plekken is door evenzoveel mensen het gedachtegoed zoals dat hier staat al in de praktijk gebracht of beschreven. In onder andere Helmond, Nijmegen, Utrecht, Zeeland, Amsterdam en Doetinchem zijn door ervaringsdeskundigen herstelwerkplaatsen opgericht. Door wetenschappers en ervaringsdeskundigen zijn boeken geschreven over een stigmavrije samenleving.

En elke dag helpen naast betrokkenen hun vader, moeder, kind, familie, vrienden, bekenden en onbekenden bij hun herstelproces. Ons punt is: we staan niet alleen. Zowel op N=1 niveau als op het niveau van de samenleving is al ontzettend veel bekend over wat werkt, en wat niet.

De toegevoegde waarde van het netwerk GGZ vriendelijke gemeente zit in het verbinden van deze perspectieven. We verbinden via onze interventies de perspectieven van het individu, gemeentelijke organisaties en beleidsbepalers van de landelijke overheid en dragen zo bij aan een positieve beeldvorming. Het is die beeldvorming die daadwerkelijk bijdraagt aan kansen voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, en dus voor ons allemaal.

Skip to content